Bij Podium geloven we in kennis delen. Dat doen we intern, door expositiespecialisten, communicatie-experts en onderwijskundigen samen te laten werken. Maar ook extern, door kennis te delen met diverse opdrachtgevers en partners. En nu delen we onze grote diversiteit aan kennis ook met anderen, via deze maandelijkse blog!

Gamificatie in educatie: hip of ook écht effectief?

Gemiddeld 15(!) uur per week. Dat is het aantal uur dat jongens (12-15) besteden aan games als Fortnite of World of Warcraft (van den Eijnden, 2017). ‘Iets’ in deze games heeft een ontzettende aantrekkingskracht op jongeren. De gameplay motiveert ze keer op keer om te blijven spelen en te leren. Zelfs wanneer het moeilijk wordt of bij herhaling fout gaat. Stel je voor dat je deze gedrevenheid terug zou zien op school! Daar gaat het echter vaak nét wat anders. Een gebrek aan motivatie en betrokkenheid vormen daar namelijk de belangrijkste oorzaken van slechte resultaten (Hong & Masood, 2014). Het is dan ook geen verrassing dat scholen en universiteiten steeds vaker game-elementen inzetten om hun leerlingen te motiveren.

Gamificatie – zoals dat met een mooi woord heet – van educatie is hip, past bij de 21e-eeuwse vaardigheden en bovenal: het werkt. Gamificatie maakt het mogelijk om de meest stoffige onderwerpen tastbaar en leuk te maken. Het kan leerlingen écht motiveren om te leren. Maar waarom werkt dit? Wanneer kun je het gebruiken? En welke spelelementen voeg je toe aan het lesmateriaal? In deze blog geef ik antwoord op bovenstaande vragen in de vorm van vier tips en tricks die jij kan gebruiken om gamificatie zelf toe te passen!

"Spelelementen toevoegen aan mijn les? Dan daag ik mijn leerlingen toch gewoon met een ranglijst uit om het beste cijfer te halen?"

Dit klinkt misschien logisch, maar is eigenlijk een veel gemaakte fout. Je weet zo ongetwijfeld een aantal leerlingen te motiveren, maar demotiveert er net zo veel. Voor de leerlingen die normaal gesproken lagere cijfers halen lijkt het namelijk onmogelijk om ineens het hoogste cijfer van de klas te halen. En onhaalbare doelen streven we liever niet na.

Daarom is het essentieel om spelelementen, op de juiste momenten, aan het héle proces toe te voegen. Stel niet het doel om een hoog eindcijfer te halen, maar maak het leren van de stof leuk. Plaats de leerlingen bijvoorbeeld – in plaats van achter een bureau – in een fictieve rol. Zo kun je als fictieve eigenaar van een modemerk alles leren over de regels van de Europese Unie en als fictieve gemeente alles leren over de energietransitie. En dat terwijl je helemaal opgaat in je rol.

Maak gebruik van onze competitiedrang

Het gebruik van fictieve rollen is een interessant spelelement, maar er is meer. Zo is de inzet van een leaderbord ook interessant. Leerlingen verdienen dan punten door bijvoorbeeld juiste antwoorden te geven in een quiz en strijden met elkaar om de eerste plek. Een leaderboard blijkt een krachtige motivator, zélfs als er geen prijzen op het spel staan. Mensen – ook pubers – hebben namelijk een enorme competitiedrang.

Sterker nog: het lijkt zelfs beter om geen prijzen te verbinden aan een leaderboard (Nacke, n.d.). Met het toevoegen van een prijs, creëer je namelijk de vraag “is it worth it?”. De ranglijst steunt dan niet meer op onze natuurlijke drang naar competitie, maar op de prijs die je gekozen hebt. Als het maar een klein, nietszeggend prijsje is, kunnen de leerlingen zich afvragen of ze zich nog wel willen inspannen voor zo’n “lullig” prijsje. Als dat niet het geval is, dan heeft je leaderboard niet het effect waar je op hoopte. Erger nog, deze kan dan zelfs averechts werken.

Pas op met moeilijke taken

Ondanks dat onze competitiedrang ons naar grote hoogten kan stuwen, is het soms juist beter om leerlingen niet met elkaar te vergelijken. Naarmate een taak moeilijker wordt is het gebruik van een leaderboard namelijk risicovoller. Leerlingen, maar ook volwassenen, worden het liefst niet vergeleken met anderen als ze een taak nog niet onder de knie hebben. We worden liever pas met anderen vergeleken als we het écht kunnen (Huong & Soman, 2013). Als leerlingen zien dat klasgenoten wel hoge scores halen terwijl ze zelf veel moeite hebben met een taak, is dat erg confronterend en demotiverend.

Wanneer je inschat dat je je leerlingen gaat confronteren met een moeilijke taak is het daarom goed om een onderlinge vergelijking uit de weg te gaan. Laat ze in plaats daarvan de strijd aangaan met zichzelf. Geef ze de kans om zichzelf uit te dagen met verschillende levels en geef feedback waar ze écht wat mee kunnen in het vervolg van het spel. Dat motiveert hen om te leren en om zichzelf te blijven uitdagen!

Verlies het hoofddoel niet uit het oog

Tot slot wil ik nog één ding meegeven. Gamificatie is hip en het kán werken, maar het is geen must. Gamificatie is een onderdeel van het geheel. En dat is belangrijk, misschien wel het belangrijkste wat je leest in deze blog. Een les kan leuk, meeslepend en tastbaar zijn, maar uiteindelijk moet het hoofddoel zijn dat het wat bijdraagt aan het leerproces. Zorg daarom altijd dat de basis van je lesmateriaal goed is en voeg game-elementen toe als dat mogelijk is. Een slechte les met leuke game-elementen draagt immers nog steeds weinig bij aan het onderwijs.